Gebaseerd op cursus SPC 2021

Verbeteringen/fouten/onduidelijkheden/...?

Deze open-source cursus is in ontwikkeling. De aanbevelingen van leerlingen om dit materiaal te verbeteren zijn erg welkom via info@wiskunde.opmaat.org
Dit kan gaan over:

  • Een voorbeeld dat onduidelijk is.
  • Onnauwkeurigheden, schrijffouten, ...
  • Een tussenstap die beter uitgelegd moet worden.
  • Een uitleg die je op youtube, wikipedia of aan de kersttafel gevonden hebt die ophelderend was.
  • ...

De verschillende parameters die in de oplossing \(x(t)=A \sin (\omega t + \varphi )\) van de differentiaalvergelijking (opl_diffvgl_ht) voorkomen, willen we fysisch kunnen interpreteren. We willen hun betekenis kennen. Het gemakkelijkste is misschien terug te grijpen naar de algemene sinusfunctie. Daar stond de parameter \(a\) voor de amplitude. Dat is dus hier voor \(A\) niet anders; \(A\) stelt de amplitude van de trilling voor. Voor de parameter \(b\) hebben we de gelijkheid \(b=\frac {2\pi }{p}\) waarin \(p\) de periode van de functie is. Omdat onze onafhankelijke variabele de tijd is, is de fysische interpretatie van \(p\) de tijd van één cyclus – waarvoor we het symbool \(T\) gebruiken.

Voor de parameter \(\omega \), die we de pulsatie noemen, geldt dus

\begin{eqnarray*} \omega =\frac {2\pi }{T} \end{eqnarray*}

De pulsatie bepaalt dus de frequentie waarmee de massa trilt. Aangezien voor het massa-veersysteem geldt dat \(\omega =\sqrt {k/m}\), kunnen we een uitdrukking voor periode en de frequentie vinden:

\begin{eqnarray*} T=2\pi \sqrt {\frac {m}{k}},\quad f=\frac {1}{2\pi }\sqrt {\frac {k}{m}} \end{eqnarray*}

De frequentie wordt bepaald door de sterkte van de veer en de grootte van de massa. Een grotere massa levert een kleinere frequentie op (de traagheid is groter) en een sterkere veer zorgt voor een grotere frequentie (de massa krijgt een grotere versnelling). De amplitude speelt blijkbaar geen rol.

De parameter \(\varphi \) is iets lastiger om inzichtelijk te kunnen duiden. Net zoals de amplitude wordt ze bepaald door de beginvoorwaarden. Zo is de amplitude afhankelijk van bijvoorbeeld de afstand uit de evenwichtspositie waarop we de massa vanuit rust loslaten of van de snelheid die we ze bij initiatie van de beweging meegeven. De parameter \(\varphi \) wordt bepaald door de positie van de massa op het tijdstip \(t=0\). Immers is \(x_0=x(t=0)=A\sin (\varphi )\). Het argument van de sinus \(\omega t+\varphi \) noemen we ook wel de fase van de trilling zodat \(\varphi \) de beginfase wordt genoemd. De fase drukken we natuurlijk uit in radialen. De fase bepaalt waar we ons in de cyclus bevinden.

De beginfase bepaalt dan ook de beginpositie. Zo is bijvoorbeeld de functie maximaal wanneer het argument \(\pi /2\) is, wat betekent dat de massa op haar maximale uitwijking is. Is dus de beginfase gelijk aan \(\pi /2\), dan begint de trilling vanuit haar maximale uitwijking. Een beginfase van \(3\pi /2\) komt overeen met een minimale waarde bij het begin. In figuur beginposbeginfase zie je verschillende mogelijkheden voor de beginfase, hier weergegeven als \(\varphi _0\).

Figuur 1: Relatie tussen beginpositie en beginfase