Gebaseerd op cursus SPC 2021

Verbeteringen/fouten/onduidelijkheden/...?

Deze open-source cursus is in ontwikkeling. De aanbevelingen van leerlingen om dit materiaal te verbeteren zijn erg welkom via info@wiskunde.opmaat.org
Dit kan gaan over:

  • Een voorbeeld dat onduidelijk is.
  • Onnauwkeurigheden, schrijffouten, ...
  • Een tussenstap die beter uitgelegd moet worden.
  • Een uitleg die je op youtube, wikipedia of aan de kersttafel gevonden hebt die ophelderend was.
  • ...

Om een touw op de spannen moet er aan beide uiteindes een kracht gezet worden, trekkracht \(\vec {F}_{t}\) genaamd. Deze staat altijd evenwijdig met het touw en met zin weg van het touw. Zolang het touw niet knapt, is elke grootte voor \({\overrightarrow {F}}_{t}\) mogelijk, afhankelijk van de situatie. Uiteraard heeft elk touw een maximale trekkracht alvorens het knapt (maar in onze oefeningen veronderstellen we sterke touwen die niet knappen).

Touwkracht is de kracht die een touw zet op hetgeen eraan vasthangt, de reactiekracht van de trekkracht dus. Voor de eenvoud noemen we dit ook \(\vec {F}_{t}\). Uit de derde wet van Newton zijn deze toch even groot.

Indien een touw zeer klein in massa is (of massaloos verondersteld wordt), dan wordt er aan beide uiteindes altijd even hard getrokken. De touwkracht is aan beide uiteindes dus ook even groot. Zie oefeningen.

Naast normaalkracht, veerkracht, Archimedeskracht, trekkracht, touwkracht, … zijn er nog steunkrachten. Een voorbeeld is de steunkracht van een stang die meestal onvervormbaar is. Dergelijke krachten kunnen ook hun rol spelen binnen de wetten van Newton, maar hebben geen vaste formule.